Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 94
Jaar: 2008
Maand: September
Auteurs: Erwin Hoebrechts

Winterbehandeling van Varroase

Indien je als bij niet in Australië of op bepaalde eilanden in de Stille Oceaan geboren wordt, kom je de varroamijt tegen. De Europese honingbij herkent de mijt niet als een probleem en vertoont daardoor te weinig afweergedrag om de mijten-populatie in bedwang te houden.

De imker steekt steeds meer tijd in de bestrijding en de controle van deze parasiet. In België werd meer dan 20 jaar geleden gestart met een eenmalige najaarsbehan­deling, maar ondertussen is de imker verplicht om meerdere behandelingen uit te voeren, wil hij succes hebben.

De meest gevolgde strategie is die waarbij men in de broedperiode tracht de overgrote meerderheid van de parasiet te elimineren, en daarna in een winterbehandeling de rest van de mijten uit het volk vangt. Tijdens de broedperiode zit naar schatting meer dan 80% van de mijten in een bijenvolk in het gesloten broed.

Dat maakt het voor de imker bijzonder moeilijk om met een efficiëntie van 90% of meer te behandelen: mijten in gesloten broedcellen worden beduidend minder aangetast door bestrijdingsmiddelen. Vandaar dat behandelingen in een broedgoed volk twee weken of meer duren, zodat alle cellen minstens één keer 'open' geweest zijn tijdens de behandelingsperiode.

De mijt is veruit het kwetsbaarst buiten de broedcel: op een volwassen bij. Je kan dus als imker het hardst terugslaan wanneer er geen gesloten broed in het volk aanwezig is.

Sommige imkers proberen dit in hun bedrijfsmethode in te lassen: door de koningin op te sluiten, gesloten broed uit te nemen, het volk te splitsen, enz. Al deze ingrepen hebben een antivarroa­resultaat maar ze vragen dikwijls het gebruik van chemicaliën in de drachtperiode.

Meestal zal een imker dus enkel een behandeling uitvoeren na de laatste slingerbeurt, en later nog de zogenaamde winterbehandeling. Sinds vorig jaar is oxaalzuuroplossing toegelaten als winterbehandelingsmethode. Zie MDB april 2008, pagina 25.

Oxaalzuur is een organisch zuur dat in de vrije natuur voorkomt en afbreekt tot koolzuurdioxide en water. Geen residuen te vrezen dus als men het oordeelkundig gebruikt. In de bijenteelt is het enkel effectief wanneer er totaal geen gesloten broed aanwezig is in het volk.

Oxaalzuur gaat immers de zuigboor verbranden waarmee de mijt hemolymfe uit het bijenlichaam zuigt. Het is dus een contactgif en het moet tijdens de behandeling zo fijn mogelijk over alle bijenlichamen verspreid worden om de vooropgestelde 95% efficiëntie te behalen. Mijten met weggebrande zuigboren ver­hongeren binnen een tijdspanne van dagen en vallen dan naar beneden.

Een oxaalzuur-oplossing bestaat daarom niet alleen uit water en oxaalzuur (3,2%) maar ook uit suiker. Er is evenveel suiker in de oplossing als water. Deze suiker zorgt ervoor dat de bijen poetsgedrag gaan vertonen en zo de oxaalzuurbrij bij het bedrup­pelen uitsmeren over alle lijven.

Eenzelfde effect krijgt men bij verdampen van oxaalzuur (is eigenlijk 'sublimeren': van vaste vorm direct naar gas). Deze  in België echter niet toegelaten - methode verspreidt microscopische oxaalzuurkristallen in de kast die neerslaan op alle aanwezige koude oppervlakten, inclusief de bijenlijven, met weeral wegge­brande varroazuigboren tot gevolg.

Bij bedruppeling met water/oxaal­zuur/suiker is het dus van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat de bijen zo weinig mogelijk oxaalzuur in hun darmstelsel krijgen. Oxaalzuur is ook voor hén schadelijk. Tijdens de behandeling moet men daar uitermate over waken. Ik pas daarom oxaalzuur­bedruppeling als volgt toe:

• Maximaliseer de kans dat een volk broedloos is tijdens de behandeling. Dit kan men in de hand werken door bvb rond 1 november de varroaschuif volle­dig uit te trekken. Het bijenvolk zal nu meer moeite moeten doen om het nog aanwezige broednest warm te houden en bijgevolg zal de koningin gestimuleerd worden om de broedstop in te zetten. Vooral jonge koninginnen hebben dit helpend handje nodig.

• Behandel niet te vroeg. Het is beter om midden december te 1 behandelen dan in november. De kans op volledige broedloosheid is immers groter.

• Kies een dag uit dat het 's middags nog 9 of 10°C wordt. Voer de behandeling uit tijdens de voormiddag (bvb 10 uur). Bijen die toch oxaalzuur binnengekregen hebben, kunnen dan op de middag nog uitvliegen om dit te deponeren in de vrije natuur. In ieder geval krijgt de bijentros bij deze temperatuur zeer veel kans om zich opnieuw te groeperen voor de daaropvolgende koude nacht.

• Maak de oxaalzuuroplossing handwarm alvorens te behandelen. Zo maakt men het iets aangenamer voor de bijen.

• Denk aan de eigen gezondheid en draag zuurbestendige handschoenen en een bril. Zorg ervoor dat er een emmer water in de buurt is zodat je kan spoelen, mocht er iets mislopen. Vaak werken zuren slechts in na verloop van tijd en als men dus onmiddellijk spoelt, is er niets aan de hand.

• Als je dan om 10 uur in de bijenhal komt, mag je best veel lawaai maken. Klop enkele keren op elke kast. Hierdoor komen de bijen in alarmstemming en gaan ze zichzelf vol voer zuigen. Op die manier verhindert men dat er straks nog plaats is in de bijenmagen voor de oxaalzuurop lossing.

• Druppel ongeveer 5 ml oplossing op elke bezette 'straat in de kast. Druppel het goedje rechtstreeks op de bijen. Zitten ze diep, dan wil een zaklamp wel eens helpen om de bewoners te positioneren. Het is niet nodig om de kast uit elkaar te halen en per broedkamer te behandelen. Voor een normale kast komt men dan gauw op 40 à 50 ml. Afleggers krijgen een aangepaste, in verhouding kleinere, hoeveelheid.

• Breng een telblad aan onder de kast en tel na 4 dagen het aantal gevallen mijten. Vergelijk dit met het aantal dat gevallen is bij de najaarsbehandeling. Men leert hieruit hoe efficiënt de toegepaste najaarsbehan­deling was en misschien kan men ze volgend jaar verbeteren.

36.2_1In ieder geval zouden er na de winterbehandeling minder dan 50 mijten in het volk moeten achterblijven om het volgende drachtseizoen probleemloos te overbruggen. Vallen er dus bij de bedruppeling 500 mijten of meer, dan moet men zich ernstig vragen stellen over de efficiëntie van de najaarsbehandeling en dan zal men misschien ook de 50­mijtendrempel overschrijden.

In dat geval is een tweede winterbehandeling aangewezen. Gebruik dan bij voorkeur geen oxaalzuurbedruppeling. Uit studies bleek dat een dubbele oxaalzuurbehandeling tijdens de winter nadelig was voor de voorjaarsontwikkeling van de volken. Echter, veel restmijten in het volk zijn dat ook ...

Je kan ook een zwerm varroavrij maken, met een oxaalzuur­bedruppeling de eerste dag in de zwermkieps, op voorwaarde dat het een weldoorvoede zwerm is. Een zogenaamde hongerzwerm zal te veel oxaalzuur opnemen en geheel of gedeeltelijk afsterven.

In het geval van een hongerzwerm is het dus beter te behandelen tijdens de eerste 10 dagen na het bezetten van de kast. In deze periode is er immers geen gesloten broed aanwezig. In ieder geval geldt dat, als je een zwerm behandelt, ongeacht de gebruikte methode, een honing­oogst datzelfde jaar uit den boze is! Veel succes !