Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 97
Jaar: 2011
Maand: December
Auteurs: Geert Smet

Primorsky bijen

Wie droomt er als imker niet van om terug te keren naar de toestand voor 1985, waar we geen rekening moesten houden met de varroamijt en de bijen gewoon gerust konden laten zonder allerlei behandelingen?
En jawel, toen kwam de primorskybij, een van oorsprong Russische variant, geroemd om zijn hygiënisch poetsgedrag. Het klonk veelbelovend: broed aangetast door 42_1de varroamijt wordt verwijderd uit de kast, hierdoor wordt de ontwikkeling van de varroamijt in de kiem gesmoord en kan een bijenvolk in principe overleven met een natuurlijke mijtenaantasting.

Er is geen bijkomende behandeling van allerlei chemische producten meer vereist, waardoor het bijenvolk door toedoen van deze middelen niet meer verzwakt. Deze Russische variant leerde in zijn thuisregio leven met de varroamijt. Er zijn al heel wat experimenten en kruisingen met de primorskybij uitgeprobeerd. Eerdere kruisingen hadden (studies uit 2002-2004) als grootste nadeel dat ze in de hoogzomer uiteindelijk zoveel aangetaste larven naar buiten brachten, dat de volken bijna ten onder gingen. Uiteindelijk brachten de meeste volken het er toch levend van af, maar de honingproductie in de zomermaanden leed hier wel sterk onder. Ondertussen zou dit euvel bij nieuwe kruisingen moeten verholpen zijn.

Experiment in eigen bijenstand

Moeten we dan binnenkort allemaal overstappen op een koningin die gekruist is met een van deze Russische types? Wellicht niet, maar ik heb met twee testkasten alvast de stap gezet en gepoogd om deze volken te laten overleven zonder varroabehandeling.

Wie echter denkt dat de kous af is door enkel een volk te ontwikkelen op basis van een koninginnentype, is als goede imker niet bij de les.

• Bij het uitwinteren krijgen mijn volken een scheutje suikerwater (10 à 20 ml) dat aangelengd is met een cocktail van goedaardige bacteriën en gistsoorten. Deze micro-organismen vinden we in het flesje Beetricious, te verkrijgen in de handel. Het helpt bijen om virussen, zoals nosema, tegen te gaan en zorgt ervoor dat we optimaal het bijenseizoen kunnen starten.

• Jaarlijks vernieuw ik 50% van mijn raten. Nieuwe raten geven ziekteverwekkers minder kans tot ontwikkelen. Ook de varroamijten zouden op die manier minder geuren van hun voorgangers kunnen opsnuiven waardoor ze de bal (lees correcte broedomgeving) al eens misslaan.

• De bijen moeten van in de lente tot in het najaar in de omgeving over voldoende stuifmeeldragers beschikken.

Geen vuiltje aan de lucht

Midden juni controleerden we op broed, varroa en honingproductie.
We merkten toen wel een verschil tussen beide testkoninginnen. De ene was vroeg in het jaar al klaar voor de lentedracht. Ze had heel de winter buiten de bijenstand in de gure kou en wind doorgebracht. Deze bijen waren al wat blij dat ze in een winterzonnetje de zoektocht naar honing, stuifmeel en vers water konden starten. Gevolg een honingproductie in het voorjaar van circa 35 à 40 kg en tweemaal oogsten in de lente.

De koningin die op ‘betere, geïsoleerde en warmere’ plaats vertoefde, startte later op het jaar de legmotor op. Hierdoor bleef de honingproductie van de kast in de lente beperkt tot 10 à 15 kg. Na de lindedracht mochten we begin juli echter het dubbele uit deze kast slingeren. De volken ontwikkelden zich normaal en de varroamijtenval leek in de lente tot eind juni eveneens niet het alarmniveau te overschrijden. Ook onze vrees voor een zware terugval van het broed kwam er niet, al moest de koningin zoeken naar een plaatsje om haar eitjes te leggen tussen al de verzamelde nectar en stuifmeel.

Op reis met een gerust gemoed

We vertrokken met een gerust gemoed op reis naar Frankrijk. Naar het einde van de vakantie kreeg ik van het thuisfront (vader is immers al veel langer imker dan ikzelf) verontrustende berichten. De honingzolders waren plots overbodig (te weinig volk en te regenachtig). Het thuisfront stelde voor om een behandeling door te voeren. Koppig en in vakantiesfeer bleef ik in de overtuiging dat de volken met de superkoninginnen nog wel enkele dagen konden wachten.

Thuisgekomen, ergens eind juli, moesten er eerst nog dringend een aantal klussen geklaard worden, en het bijenbezoek werd een paar dagen uitgesteld. Eindelijk ging ik dan de twee testkasten inspecteren. Er zat na enkele weken slecht weer alvast een pak minder volk in. De noodzaak om het volk van drie bakken naar één bak te brengen, drong zich op. Meer verontrustend was echter:

• veel bijen met misvormde vleugels;

• veel broed met gaatjes in (mijten die zich in andere cellen gaan verspreiden zijn);

• veel varroa’s (honderden) op de varroaplank.

Toch dacht ik nog dat het volk zichzelf wel zou beredderen. Mijn KIafstammelingen hadden misschien toch tijdig zichzelf kleiner gemaakt om de varroabesmetting in te dammen. Eerst kleiner worden om later opnieuw te groeien is één van de kernmerken van vroegere primorskystammen. Bij een inspectie een week later zag ik de varroa’s gewoon lopen op de bijen en op de raten. Een spoedbehandeling met een oxaalzuurvariant drong zich op. Ik verdampte EMK-tabletten.

De honderden varroa’s die niet veilig in de cellen zaten, vielen er dan ook massaal af. Nadeel aan oxaalzuurbehandelingen is dat de varroa’s in de broedcel niet geraakt zijn. Bovendien waren de kasten al aangetast door allerlei virussen. Hierdoor werd het jonge broed onvoldoende verzorgd (belangrijke winterbijen) en stierven later de zomerbijen gewoon af. Verrassende vaststelling waren de jonge wasramen die toen al hevig gepropoliseerd waren: donkerbruine ramen betekent isolatie van de ziektekiemen.

Het einde

Op 11 september wist ik ook ineens wat de ‘verdwijnziekte’ was. In de ene kast was er geen koningin meer te bespeuren, alleen nog enkele bijen die probeerden de rovers af te wenden. In de andere testkast waren er nog een handvol bijen met de koningin aanwezig. De haastige introductie op een nieuwe moerloze kast, was ook geen succes.

Bovendien kreeg de kast ook last van roverij waardoor de we ook de koningin onderaan de kast vonden: dood.

Aan het verhaal over ‘behandelvrij imkeren met KI’ kwam hiermee een einde. Punt andere lijn. Mijn volken zijn dood. Hoe komt dit toch? Net voor de zomerdracht was er immers nog geen vuiltje aan de lucht. De mijtenval op de varroaplank was normaal voor die tijd van het jaar. Tijd voor vakantie dus, dachten we, maar onze bijen nemen geen vakantie. Het is aan de imker om ook bij de zomerdracht zijn bijen niet uit het oog te verliezen.

Wat is de les?

De volken hebben me een imkersseizoen vreugde bezorgd met veel honingproductie (rond 50 kg) en grote broednesten, maar ze zijn amper anderhalf jaar op mijn stand aanwezig geweest. Het verlies van de volken is ten dele te wijten aan mezelf omdat de bijen midden juli een varroabehandeling nodig hadden en dit niet hebben gekregen. Zelfs de darrenraatmethode had ik niet toegepast. Hierdoor en door de slechte klimatologische omstandigheden heeft de varroa kans gezien om in juli en augustus nogmaals te verdubbelen. Hierdoor werd de druk te groot en klapte het volk als een pudding in elkaar.

Kijk dus goed naar de mijtenval in de zomermaanden. Bovendien is de detectie van bijen waarmee iets verkeerd is (bijvoorbeeld misvormde vleugels) of broed waar kleine gaatjes inzitten, een teken aan de wand van een te grote besmetting.

Besluit

42_2Mijn experiment is dus niet succesvol afgesloten. Liefde voor onze bijtjes liet me leiden in deze fatale test. Voor de talloze behandelingsmethodes wou ik eens een alternatief bieden, maar wat elders lukt, is op het terrein niet altijd vanzelfsprekend. Niettemin zal selectie, opvolging en screening op termijn het enige middel zijn om het verlies van bijenvolken in te dammen. Verder onderzoek moet raad brengen, alleen roep ik op om dit samen met de Europese collega’s te doen om het schaarse geld zo optimaal mogelijk te benutten.

Van primorskybijen die niet meer behandeld moeten worden voor varroa staan we volgens mij toch nog een eindje af. Dus moeten we als imker tijdig, maar zonder al te zware belasting voor de bijen, ingrijpen als het nodig is!

Uit het Wase Bieke, het imkersblad van de Wase Imkersbond.