Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 100
Jaar: 2014
Maand: Juli-Augustus
Auteurs: Ghislain De Roeck

Amerikaans Vuilbroed rukt op

Paenibacillus larvae, de bacterie die de ziekte verwekt, beleeft hoogdagen in Vlaanderen. Per 28 mei 2014 had het Voedselagentschap al elf haarden afgebakend tegenover twee in 2013 en geen enkele in 2012, 2011 en 2010. De ellende begon in het voorjaar bij de analyse van negentig broedstalen die imkers bij het CODA indienden met het oog op de bevruchting van koninginnen in afgezonderde paringsgebieden.

Twee van die stalen, uit Geraardsbergen en Lokeren, bleken met de bacterie besmet. Het FAVV richtte schutkringen op en onderzocht de standen van de andere imkers in die kringen. Hierbij kwamen nieuwe haarden aan het licht: van Brakel over Geraardsbergen tot Merchtem. Ook in Lokeren werden nieuwe haarden aangetroffen.

Hierna in een notendop wat je als imker over het Amerikaans vuilbroed beslist moet weten. Eerst een overzicht van mogelijke symptomen:

1. Broed in mozaïekvorm met cellen van aangetaste larven.

2. Ingezonken celdeksels.

3. Gaatjes in de celdeksels.

4. Donkere celdeksels.

5. Leemachtige geur.

6. Gesloten cellen met stroperige larven (luciferproef).28 1

De besmetting gebeurt via het voeren van geïnfecteerde honing of stuifmeel, binnenbrengen van vreemde bijen, gebruik van besmet materiaal of nog via vreemde zwermen. Als een volk ervan verdacht wordt aangetast of besmet te zijn, moet de imker daarvan meteen aangifte doen bij zijn Provinciale Controleeenheid (PCE), zie: http://www.favv.be/pce/.  De PCE stuurt dan een bijenteeltassistent en haar dierenarts ter plekke. Deze nemen monsters en bezorgen ze aan het CODA.

Als de monsters positief zijn, ruimen ze de besmette kolonies op ofwel maken ze broedloze kunstzwermen. Het FAVV bakent vervolgens rond de betrokken bijenhal, in samenwerking met de burgemeester, een schutkring af met een straal van 3 km. In die kring is het verboden om bijen te vervoeren. Tot slot onderzoeken de assistent en de dierenarts de volken van de overige imkers in de kring om eventuele besmettingen op het spoor te komen. De bijen en het materiaal van de getroffen imker mogen het beschermingsgebied niet verlaten.