Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

TAAKVERDELING

1. WERKSTERS

In de zomer kunnen er tot 80.000 werksters in een kolonie zijn, een gemiddeld goed bijenvolk telt 50.000 tot 60.000 bijen. 's Winters varieert dit tussen 10.000 en 20.000 bijen.
De werksters of werkbijen zijn vrouwelijke wezens maar hun geslachtsorganen en eierstokken zijn niet goed ontwikkeld. Ze leven 6 weken in de zomer, en 6 maanden in de winter.
Afhankelijk van hun leeftijd hebben ze verschillende taken te verzorgen. De eerste 3 weken van hun bestaan zijn ze huisbij: ze voeren taken uit in hun woning, de volgende 3 weken zijn ze vliegbij of haalbij: ze verzamelen nectar, stuifmeel, propolis en water. Al deze taken staan in relatie met de specifieke klieren die zich ontwikkelen en actief worden, daarna verschrompelen die weer.

 

    taken actieve klieren
HUIS BIJ 3 weken dag 1 -  2 cellen poetsen en broed verwarmen speeksel klieren
dag 3 - 5 voederen van de oudere larven voedsel sap klieren
dag 6 - 11 voederen van de jonge larven
dag 12 -17 was productie, raten bouw en verwerking van nectar tot honing was klieren
dag 18 - 21 wachtdienst aan het vlieggat gif klieren
VLIEG BIJ 3 weken dag 21 - 42 verzamelen van nectar, stuifmeel, water en propolis

In noodgeval kunnen de bijen van dit schema afwijken. Vliegbijen kunnen zo nodig weer huisbijen worden en huisbijen kunnen op jonge leeftijd vliegbij worden. De specifieke klieren worden dan actief.
In een normaal volk is 2/3 huisbij en 1/3 vliegbij.
Werkbijen kunnen ook (onbevruchte!) eitjes leggen bij afwezigheid van de moer. Hieruit worden ook darren geboren.

2. DARREN

De mannelijke bijen noemen we darren. Ze worden geboren uit onbevruchte eitjes (partenogenese). Darren hebben heel grote ogen en sterke grote vleugels. Pasgeboren darren blijven enkele dagen in het broednest rondhangen, waar zij gevoed worden door de voedsterbijen met nectar/honing en pollen. Ze bedelen de werksters om voedsel. Maar naarmate ze ouder worden, moeten ze zelf de honing en pollen opzoeken in de cellen. Ze hebben geen angel maar wel een mannelijk geslachtsorgaan. Darren vliegen alleen uit bij voldoende warm weer in de namiddag. Ze maken voor de kast oriënteringsvluchten en produceren daarbij een goed herkenbaar brommend geluid. Tijdens de zomermaanden zijn er een 500 tot 1000 darren aanwezig in het bijenvolk, ze maken ongeveer 2% van de bevolking uit.
Hun taak is op de eerste plaats de jonge koningin bevruchten. Slechts enkele darren hebben die gelegenheid. In volle vlucht paart de dar met de koningin, zijn geslachtsorgaan breekt af en hij valt achterover dood naar beneden. Darren hebben de kwalijke reputatie dat ze niet veel uitrichten, maar de aanwezigheid van darren in het volk heeft ook positieve effecten: ze stimuleren de werksters tot grotere activiteit en helpen met het warm houden van het broed.
Gemiddeld leven ze 6 à 8 weken. 's Winters zijn ze overbodig en zouden ze alleen maar voedsel en energie kosten. Vanaf augustus laten de werksters de darren niet meer toe in de kasten en ze worden buiten gejaagd en gedood. Dat noemen we de darrenslacht.

3. KONINGIN

8_parenEr is slechts één koningin in een bijenvolk. De koningin of moer is het meest volwaardig vrouwelijk wezen, ze kan 5 jaar oud worden. Een jonge koningin is tussen de 6de en 28ste dag rijp voor bevruchting. Als ze ongeveer 1 week oud is, verlaat ze in de namiddag bij zonnig en warm weer (minstens 18°C) de kast en vliegt naar een darrenverzamelplaats. Dat is een open plek in het terrein waar de darren vanuit de omliggende bijenstanden verzamelen, 10-20 meter hoog in de lucht. Deze plaatsen blijven jaren achtereen in gebruik. Een koningin kan tot 5 km ver vliegen, darren vliegen tot 7 km ver. Wanneer de koningin op de darrenverzamelplaats aankomt en ze haar koninginnenstof vrijgeeft, proberen darren met haar te paren. Hier telt zeker de wet van de sterkste: alleen de fitste darren zullen paren. Na een bevruchting blijft het afgerukte geslachtsorgaan van de dar steken, het zogenaamde bevruchtingsteken. De volgende dar trekt gedurende de paring het bevruchtingsteken van zijn voorganger uit. De koningin paart met 10 tot 20 darren, daarvoor maakt ze 2 of 3 bruidsvluchten. Een bruidsvlucht duurt 20 tot 30 minuten.
Ze bewaart het sperma in het zaadblaasje (spermatheek). Eenmaal voldoende bevrucht, verlaat ze de kast niet meer en begint ze eitjes te leggen, 150.000 tot 200.000 per jaar.
9_eitjeBij ieder eitje dat de koningin legt, voegt ze wat sperma in de opening van het eitje. Onmiddellijk nadat een eitje gelegd is in een cel, sluit een werkster de opening van het eitje af met speeksel zodat het sperma niet kan opdrogen. De eitjes echter die in grote cellen (darrencellen) gelegd zijn, worden niet bezocht door de bijen, het sperma droogt op en het eitje wordt niet bevrucht. Zo krijgen we twee soorten eitjes:
• bevruchte eitjes: hieruit groeien vrouwelijke wezens: werksters en/of koninginnen
• onbevruchte eitjes: hieruit ontstaan darren.

De legfrequentie is afhankelijk van verschillende factoren:
10_hofstaatde tijd van het jaar: vanaf januari legt de koningin enkele 10-tallen eitjes per dag, ze bereikt haar hoogtepunt rond half mei (tot 2000 per dag), daarna neemt de leg af tot eind oktober, tijdens de winter is er geen leg
de hoeveelheid voedsel (honing en stuifmeel) waarover de kolonie beschikt
de sterkte van het volk
de koningin zelf: erfelijke aanleg en leeftijd.
In het broednest is het 35° C en de koningin wordt er omringd door een "hofstaat" van een 12-tal bijen die haar verzorgen. De koningin produceert een speciale geurstof (feromonen) in haar mandibulaire klieren die zich in haar kaken bevinden. De hofstaat geeft deze koninginnenstof door aan de andere bijen. Aan deze geur herkennen de bijen elkaar als leden van dezelfde kolonie.

 

  werkster dar koningin
Geslacht vrouwelijk onvruchtbaar mannelijk vrouwelijk
Kenmerken kort achterlijf angel met weerhaken breed achterlijf geen angel lang achterlijf angel
Leeftijd zomer: 6 weken winter: 6 maanden 6 à 8 weken maximum 5 jaar
Functie in de kast cellen poetsen broed warm houden larven voeden raten bouwen nectar aannemen van haalbijen en opslaan in de cellen kast bewaken broed helpen verwarmen eitjes leggen:> tot 2000 per dag 200.000 per jaar feromonen afscheiden
Functie buiten de kast inzamelen van nectar, stuifmeel, water en propolis koningin bevruchten

 

Aantal

zomer: 30.000 à 80.000 winter: 10.000 à 20.000 zomer: 500 à 1000 winter: geen

zomer: 1

winter: 1

 

Uittreksel uit "Bijenhouden in de 21ste eeuw" door Dirk Desmadryl