Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

COMMUNICATIE

Bijen communiceren met elkaar door hun zintuigen. Ze voelen, ruiken, smaken en betasten elkaar met poten, antennes en monddelen. Ze produceren geluiden die ze met de zenuweinden in de poten en met de gehoorzintuigen op de antennes waarnemen.
Daarnaast hebben ze ook chemische communicatie. Met hun klier van Nassanov verspreiden ze de nestgeur. Bij het gebruik van de angel wordt een alarmstof verspreid die de andere bijen aanlokt en aanzet tot agressiviteit. De feromonen die de moer voortdurend afscheidt, houdt het bijenvolk samen.
Over heel wat van deze aspecten is nog niet alles geweten.

Bijen hebben echter nog een heel bijzondere vorm van communicatie: de bijendans. Professor Dr. Karl von Frisch (1886-1982) ontdekte en ontraadselde de betekenis van deze dansen.
De terugkerende speurbijen vertellen de andere haalbijen waar ze voedsel kunnen vinden door een dans uit te voeren op de raten. Al gauw komen andere werksters meedansen. Tijdens het lopen kwispelen de dansers met het achterlijf en brengen een geluidssignaal voort. De duur van dit signaal geeft de afstand tot de voedselbron aan, terwijl de richting van het lichaam de oriëntatie naar de voedselbron aangeeft. Tegelijkertijd wordt er informatie uitgewisseld over de geur en de smaak van het meegebrachte voedsel.

23_dansWe onderscheiden drie soorten dansen:
• rondedans: de drachtbron ligt binnen een cirkel van 100 meter
• kwispeldans: de drachtbron ligt verder dan 100 meter
• sikkeldans: een overgangsvorm tussen beide dansen.

Rondedans
De werkster draait in het rond, eenmaal linksom, eenmaal rechtsom, en opnieuw linksom, rechtsom.... Naargelang de grootte van de drachtbron wordt sneller of langzamer gedanst. Er wordt tevens informatie gegeven over de aard van de voedselbron, geur en smaak.

Kwispeldans
De werkster maakt hier een achtvormige figuur. Eerst loopt ze een stukje rechtdoor terwijl ze kwispelt met haar achterlijf. Dan maakt ze een kring naar links en loopt opnieuw een stukje rechtdoor. Daarna maakt ze een kring naar rechts, en weer een stukje rechtdoor, kwispelend met haar achterlijf... De dansrichting van het stukje dat ze rechtdoor loopt, geeft de hoek aan tussen de lijnen kast-zon (komt overeen met de verticale lijn op de raat) en kast-drachtbron. Door het veranderen van de zonnestand wijzigt de hoek en doordoor ook de dansrichting. De afstand van de kast naar de drachtbron, wordt aangegeven door de snelheid van de dans. De meedansende bijen nemen de bloemengeur en de hoek ten opzichte van de zonnestand tot de drachtbron over. Tijdens het dansen wordt informatie overgedragen door middel van geluid, geur en smaak.


DE KWISPELDANS

1. De voedselbron, zon en bijenkast bevinden zich op één lijn: de zon, dan de bijenkast en vervolgens de voedselbron. De kwispelgang verloopt loodrecht naar beneden op de raat.
2. De voedselbron bevindt zich tussen de zon en de bijenkast op één lijn. De kwispelgang verloopt loodrecht naar omhoog op de raat.
3. De voedselbron bevindt zich 120 ° naar links van de zon. De werkster maakt haar kwispelgang op de raat eveneens 120 ° naar links ten opzichte van de verticale.
4. De voedselbron bevindt zich 45 ° naar rechts van de zon. De werkster maakt haar kwispelgang op de raat eveneens 45 ° naar rechts ten opzichte van de verticale.

24_orientatie

25_orientatie2

 

Uittreksel uit "Bijenhouden in de 21ste eeuw" door Dirk Desmadryl