Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse
Imkersbond
Jaargang: 94

Jaar: 2008
Maand: Maart
Auteurs: Dr. M. Asperges en prof.
dr. R. Valcke

Onderzoek naar zware metalen

Inleiding

Vervuiling met zware metalen zoals lood (Pb), zink (Zn) en cadmium (Cd) was in het verleden vooral afkomstig van de non-ferroin­dustrie (zinksmelterijen), zoals in Vlaanderen bekend in de Noorderkempen, Overpelt, Hoboken en Olen (Balen) - laatste drie nog actief. Bovendien werd tot 1986, en zelfs later, lood toegevoegd aan benzine als anti-klopmiddel.

Sinds 2000 is lood totaal verboden in brandstof maar de achtergebleven kleine stofdeeltjes, die lood bevatten, blijven ons nog steeds parten spelen en dit merken we vooral langs de drukke wegen waarvan we in België goed voorzien zijn.

Vroeger en ook nu nog, in zeer Oude woningen, werd lood verwerkt in de waterleidingabui­zen. Vandaar dat bij het herstellen van een lek de hulp van de loodgieter gevraagd werd! Verder kennen we allemaal de loodmenie-verf en diegenen onder ons die in de vroegere 'loodkabines van de autoassemblage gewerkt hebben, zullen zich nog het loodleggen herinneren in de autoindustrie. Lood is ook aanwezig in kristal­glas, het geeft er de mooie klank aan.

Cadmium is altijd aanwezig geweest in de zinksmelterijen en vooral in de uitstoot. Bovendien leverde de non-ferroindustrie massaal veel zinkslakken als afval.

Deze cadmiumrijke zinkslakken werden veelvuldig gebruikt voor het opvullen van bos- en parkwegen en wijkpleintjes, wat uiteraard een cruciale fout was.

Hierdoor is deze historische vervuiling nu nog steeds aanwezig. Ook sigaretten­rook bevat veel cadmium, alsook batterijen die vroeger verbrand werden en voor heel veel proble­men zorgden.

Zink wordt nu nog veel gebruikt in de industrie en in dakbekleding of afvoer van hemel­water. Het verzinken van metalen is nog steeds een belangrijke industrie. Zelfs in de farmacie wordt zink gebruikt in zalven.

Op dit ogenblik zijn vooral lood, cadmium en andere vervuilende metalen nog massaal aanwezig in ons leefmilieu onder de vorm van fijne, rondzwevende stofdeeltjes die zich vastzetten op groenten en fruit of in het oppervlaktewater neerslaan. Ze blijven zorgen voor zeer veel gezondheidsproblemen.

Ons onderzoek kaderde in het 'Vlaams Honingproject' en geniet de financiële steun van de Europese Unie in toepassing van de Verordeningen (EG) nrs. 1221/97 en 2003/97 van de Raad. De algemene coordinatie van het Honingproject berustte bij prof. dr. F. Jacobs van de Universiteit Gent. Aan dit onderzoek werkten een aantal imkers uit Noord-Limburg en Hasselt mee alsook weten­schappelijke medewerkers van het departement SBG van Universiteit Hasselt te Diepenbeek. De onderzochte stalen zijn afkomstig van de honingbijkolonies van de meewerkende imkers en van de experimentele bijenstand te

Hasselt- Herkenrode. Er werd bewust gekozen om de namen van de betrokken imkers niet op te nemen in deze publicatie. Iedereen werkte immers op vrijwillige basis mee aan dit onderzoek.

Reeds vroeger werd door Celechovska 0. (2001), Vorlova L. (2002), Bogdanov S. (2003), Bratu I. & Georgescu C. (2005) en Erbilir F. & Erdogrul 0. (2005) onderzoek verricht naar zware metalen in honing.

Zij werkten op bloesem-honing, bloemenhoning en blad­honing of honingdauw. Het hierna volgende onderzoek ligt in dezelfde lijn, alleen hebben wij gekozen voor vroegere industriële sites in de provincie Limburg.

Naast de sites die de laatste jaren opnieuw ingenomen werden door industriële gebouwen, zoals in Lommel-Maatheide of gesaneerd zoals in Rotem (de arseenopslag­plaats), zijn er nog steeds de verharde boswegen en pleintjes die opgevuld werden met sintels en afbraakmateriaal.

Hierdoor is de vervuilde oppervlakte erg groot. Voor Noord-Limburg alleen gaat het over een oppervlakte van meer dan 280 km2 (Van Belleghem F. 2007).

1. Probleemstelling

• Is er contaminatie met zware metalen: zink (Zn), lood (Pb), cadmium (Cd,) in de eindpro­ducten (honing en was) die door de honingbijen worden geproduceerd of verwerkt?

• Zijn er zware metalen aanwezig in de door mensen geconsumeerde honing, een primair

eindproduct? We weten dat lood en gedeeltelijk ook cadmium opgenomen wordt door planten.

• In deze publicatie wordt alleen aandacht besteed aan het pri­maire eindproduct honing. Was werd onderzocht omdat de honing in was wordt opgesta­peld en verzegeld.

Hypothese

• We gaan er vanuit dat er contaminatie is, gezien honing afkomstig is van de basis­producten (nectar en stuifmeel) die door de honingbijen gehaald worden op planten in het vervuilde gebied.

• Stofdeeltjes zijn de belangrijk ste oorzaak van contaminatie.

• De ingezamelde basisproducten, door de honingbijen bewerkt of verwerkt, worden door de imker geoogst en verhandeld als pri­mair consumptieproduct. Het moet dus voldoen aan de opge­legde wetgeving.

Waar in Limburg gebeurde het onderzoek?

Het is al lang geweten dat er in Noord-Limburg (Lommel, Overpelt, Rotem, Reppel, Achel), Hoboken en een deel van de Antwerpse Kempen (Balen) veel problemen zijn rond de oude en bestaande zinkverwerkende industrie.

Ook het bedrijf in Budel (Nederland) draagt zijn steentje bij aan deze proble­men. Sommige plaatsen worden in de volksmond zelfs beschreven als de 'Sahara' (Lommel), want er groeit niets meer.

Een groot deel van het oude, vervuilde stort van de oude zinkfabriek in Lommel­Maatheide werd vermalen en gebruikt in wijken en pleintjes, ook in bossen om brandwegen te verharden.

Hierdoor is het probleem natuurlijk nog groter geworden. Ook nu nog komen er stofwolken vrij, gecontamineerd met zware metalen als er gewerkt wordt op de terreinen van de vroegere zinkindustrie.

Het arseen­afval in Reppel werd eindelijk opgeruimd, maar het lag zeer lang open en bloot tot OVAM aan deze vervuiling een eind maakte. De zichtbare vervuiling is dus weg maar niet die in de bodem.

Planten en zwammen op deze bodems nemen nog steeds zware metalen op. Een niet te onder­schatten bron van vervuiling met zware metalen zijn ook de grote en kleine metalliserende of coating-bedrijven; sommige kleine bedrijfjes hebben - legaal of illegaal - spuitcabines voor het herstellen van auto's en het metalliseren of coaten van metalen zoals hekken en andere siervoorwerpen.

Deze bedrijven zouden normaal voldoende filters moeten hebben en gebruiken. Dit wordt streng gecontroleerd.

Eén van de maatregelen die de overheid nam - na vaststelling van de vervuiling en het gevaar voor de volksgezondheid - was het verbod op het kweken en eten van bladgroenten uit eigen tuin. 

14_1Nooit echter is er sprake geweest van andere voedingsmiddelen die ook ter plaatse gewonnen werden. Recenter begint men zich ook zeer ernstig zorgen te maken over het fijne stof dat door de bevolking wordt ingeademd.

Volgende plaatsen werden voor het onderzoek uitgekozen: Lommel-­Maatheide, beïnvloed door de oude zinkfabriek en de nog werkende fabriek van Balen (Antwerpen), Lommel- Kolonie, Bocholt, gelegen richting Weert (NL), in de richting van de nog werkende fabriek van Budel (NL), Overpelt-Fabriek met eveneens nog werkende fabriek, Hechtel (speciaal voor de metalli­serende of coatingbedrijven) en als mogelijk nulpunt, ver van de zware metalen verwijderd, Hasselt­Herkenrode, de experimentele bijenstand van de LIB vzw.

Vermits Herkenrode dicht tegen de autostrade Antwerpen-Liège ligt, werd er een nieuwe standplaats bijgenomen in Sint-Huibrechts­Hern, verder weg van de verkeers­aders. De huidige nog werkende fabrieken, hebben tot nu toe zeer veel inspanningen gedaan om de milieuvervuiling te beperken maar toch zal blijken uit het onderzoek dat er nog steeds problemen zijn.

Een andere belangrijke stap in de goede richting is het dalend gebruik van loodhoudende benzine en het steeds minder verwerken van lood in de verfindustrie.

Werkwijze

4.1 De staalnamen

Met de betrokken imkers werd afgesproken dat ze hun kolonies ter beschikking hielden voor het experiment of dat ze van de LIB vzw uit de experimentele bijen­stand kolonies konden krijgen.

Tweemaal per jaar werden er stalen genomen: de eerste maal in juni, na de voorjaarsdracht en bij het begin van de zomerdracht, de tweede keer begin september, na de zomerdracht en nog voor het eigenlijk inwinteren van de bijen.

De stalen werden steeds door dezelfde personen genomen. Er werden monsters van 5 tot 10 g genomen van honing en maagdenwas,

4.2 Meting van het gehalte aan zware metalen

Dit gebeurde op het labo van het CMK Applied Chemistry Universiteit Hasselt, door de dien­sten van prof. R. Carleer en mede­werkster mevrouw G. Cuyvers.

Werkwijze

De ontsluitingen gebeurden met behulp van zuren zoals HCl en HNO3 in aanwezigheid van H202. De analyses van de resulterende oplossingen werden uitgevoerd met behulp van een PE Optima 2000dv ICP-OES spectrometer voor Zn en een Zeeman grafietoven-AAS (PE 5100).

5. Welke schadelijke invloed hebben zware metalen zoals Pb, Cd en Zn op de mens?

5.1 Lood (Pb)

• Vermindering van fijne motoriek bij kinderen. Minder goede leerprestaties op het vlak van leren en kennis verwerven in de basisschool.

• Bij volwassenen verhoogde bloeddruk en hoger risico bij hart- en vaatziekten.

• Opstapeling in het skelet en verlies aan calcium, wat aanleiding geeft tot osteoporose (beenderbroosheid)

• Opstapeling van lood neemt toe bij ouderdom en bedraagt normaal gezien tussen de 100 en 400 mg voor een volwassen persoon. De opstapeling gebeurt vooral in beenderen, vetweefsel, beenmerg en hersenen (zenuwweefsel).

• De aanwezigheid van lood stoort in hoge mate de aanmaak van hemoglobine aangezien lood zich opstapelt in het beenmerg, de plaats waar de rode bloedcellen gevormd worden.

• Vruchtbaarheidsproblemen

werden vastgesteld bij mannen die via hun beroep blootgesteld zijn aan lood zoals arbeiders uit de non-ferroindustrie en buschauffeurs.

• Lood is kankerverwekkend bij proefdieren en wordt door het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) geklasseerd als 'waarschijnlijk

kankerverwekkend voor de mens.

5.2 Cadmium (Cd)

• Cadmium leidt tot ernstige verstoringen in de nierfunctie. • De voortplanting kan problema­tisch worden.

• Cadmium is potentieel kanker­verwekkend (longkanker).

• Cadmium leidt tot cytologische stress waardoor de cellen niet optimaal functioneren.

• Cadmium bindt zich ook aan het voor de beenderen belangrijke aminozuur proline. Dit leidt tot een spectaculaire uitscheiding van calciumzouten (Ca-zouten) waardoor ontkalking van het skelet optreedt en osteoporose of botontkalking gaat optreden.

5.3 Zink (Zn)

• Zink komt tussen in de vorming van een 80-tal verschillende enzymen.

• Zuurvormend voedsel belet echter de opname van zink en dus ook de aanmaak van de enzymen.

• Zink is belangrijk voor de vorming van het lichaamseigen mannelijk hormoon testosteron en van insuline.

• Het speelt een rol in de wondheling en het herstel van weefsels van het bindweefseltype.

• Verder komt het net zoals calcium tussen in de opbouw van het beendergestel. Het helpt bij bepaalde hersenfuncties zoals reuk- en smaakzin.

Zware metalen stapelen zich in ons lichaam beetje bij beetje op. Ooit kom je aan de limiet (tolerantie-grens) waarop de zware metalen niet meer aanvaard worden door ons lichaam en dan spreken we van intoxicatie! Je wordt ziek! Desintoxicatie (de weg terug) is voorlopig niet mogelijk.

6. Welke normen hanteert het FAVV (Federaal Agentschap voor Veiligheid van de Voedselketen) voor zware metalen in de voeding?

Eigenlijk is er voor honing geen wettelijke norm gepubliceerd voor zware metalen. We kunnen dus doen of er niets aan de hand is! In de hierna volgende tabel geven we wel de norm die gebruikt wordt voor groenten en fruit en voor de meeste vlees- en viswaren, maar niet voor melk, weekdieren en orgaanvlees.

7. Onderzoek van honing en was

Normen van het FAVV en/of de EU en de OMS (Organisation Mondiale pour la Santé)

Pb (lood): de FAVV norm is 0,5 mg/kg vers gewicht, de EU norm lmg/kg vers gewicht.

Voor de EU (2002) is de MRL (Maximum Residues Limits) 1 mg/kg vers gewicht. Voor de OMS is dit 0,2 mg/kg vers gewicht.

Cd (cadmium): de FAVV norm voor fruit en groenten is 0,1 tot 0,5 mg/kg vers gewicht.

Voor de EU (2002) is de MRL (Maximum Residues Limits) 0,1 mg/kg vers gewicht. Voor de OMS is dit 0,02 mg/kg vers gewicht.14_2

Zn (zink): geen norm voor het FAVV en EU; een volwassen persoon mag tussen 10 en 15 mg /dag opnemen. Voor de OMS is dit 3 mg/kg vers gewicht.

In de hierna volgende grafieken werd alleen rekening gehouden met de normen van het FAVV. Als deze ontbre­ken dan gebruiken we die van de EU of van de OMS.

Wij gebruiken meestal de normen voor groenten en fruit.

7.1 Honing

7.1.1 Pb in honing

Bespreking van de resultaten voor Pb

• Het is duidelijk dat alle honingstalen, behalve Lommel-Kolonie (2005), onder de norm van 0,5 mg/kg vers gewicht, door het FAVV vooropgesteld, blijven. Hechtel is in het voorjaar 2005 behoor­lijk gestegen t.o.v. 2004 maar blijft onder de norm.

Honing wordt geslingerd en in inox bewaard

14-3

Lommel­Maatheide is in september 2005 behoorlijk gedaald t.o.v. sep­tember 2004, al moet er hier rekening mee worden gehouden dat er in de honing nog vroege zomerhoning aanwezig was.

Het verschil tussen september 2003 en 2004 moet waarschijnlijk gezocht worden in de aanwezig heid van zeer veel bladhoning in2004.
Op linde en eik was er in 2004 massaal bladhoning te halen - het was een zeer goed bladlui­zenjaar - en de suikerresten op de bladeren van deze bomen waren vuil en zwart van het stof dat erin kleefde.

De resultaten van septem­ber 2005 komen in grote lijnen overeen met deze van 2004.

• Soms werden stalen genomen van twee verschillende kolonies (Overpelt en Hechtel) en dit geeft wel eens een klein verschil in de gemeten waarden. Niet alle kolonies vliegen op dezelfde drachtplanten!

• Op het nulpunt Hasselt­Herkenrode zien we dat deze plaats blijkbaar duidelijk onder invloed van het verkeer op de autostrade staat, terwijl Sint‑Huibrechts-Hern, ver van alle verkeer, lage cijfers laat zien.

14-4

14-5

 

7.1.2. Cd in honing

14-6

Bespreking van de resultaten voor Cd

Het is duidelijk dat alle honingstalen binnen de toegelaten norm van 0,05 mg tot 0,2 mg/kg vers gewicht voor fruit, vlees, vis en groenten, vallen.

Alleen in Hechtel noteren we in september 2003 een hogere waarde. Dit is niet zo verwonder­lijk als we weten dat de bijen in de omgeving van metalliserende of coatingbedrijven staan.

Zink en cadmium komen bijna steeds samen voor. Ook in september 2005 ligt Hechtel nipt op de grenswaarde.

We zouden een norm voor honing kunnen voorstellen tussen de 0,02 en 0,3 mg/kg vers gewicht.

14-7

7.1.3 Zn in honing

Van deze gegevens worden geen grafieken gegeven gezien de metingen voor juni en september voor de ganse periode steeds lager dan 5 mg/kg vers gewicht

bedroegen.

Bespreking van de resultaten voor Zn

• Alle honingstalen hebben een laag zinkgehalte.

• De metingen geven waarden aan die steeds onder 5 mg/kg vers gewicht liggen. Voor de OMS, met een norm van3 mg/kg vers gewicht, zou er echter wel een probleem zijn.

• Als we aannemen dat een volwassen persoon tussen 10 en 15 mg/dag mag opnemen, dan is er wat Zn betreft geen probleem. Pas als men 2 tot 3 kg honing per dag zou eten gaat dit voor problemen zorgen.

8. Was

Was wordt niet gebruikt als een primair consumptieproduct. Het kan wel aanwezig zijn in honing als deze verkocht wordt als raathoning.
Was wordt ook nog gebruikt in de farmacie en in schoonheidsproducten.

8.1 Wat is was?

Was is een klierproduct van de bijen. Het belangrijkste chemisch product van was is een ester, pal­mitinezure melissy-ester genoemd.

Om was te kunnen produceren moeten de jonge bijen voldoende stuifmeel en honing kunnen eten. De analyses op zware metalen gebeurden op zuivere maagdenwas waarin honing gezeten had.

Zware metalen gaan nogal eens verbin­dingen aan met vetachtige stof­fen, dus het zou kunnen dat ze in was aangetroffen worden. Was wordt gebruikt in de farmaceuti­sche en cosmetische industrie, voornamelijk in zalven en crèmes.

8.2 Pb in was

14-8

8.3 Cd in was

14-9

 

Regelmatig wordt de norm voor Pb en Cd in was overschreden. Mochten we deze als voedingsmiddel gebruiken, dan is er een probleem.

8.4 Zn in was

14-10

Opmerking

Het blijft een open vraag hoe we moeten verklaren dat was met een te hoog gehalte aan Pb en Cd deze producten niet afgeeft aan de honing die er in gestockeerd wordt! Zouden deze zware metalen zo sterk gebonden zijn aan de palmitinezure ester dat ze zelfs in het zure honingmilieu niet of zeer traag vrijgegeven worden?

Dankwoord

Een bijzonder woord van dank gaat naar de imkers die hun medewerking verleenden en aan de LIB vzw met de experimentele bijenstand in Herkenrode, die zo vriendelijk waren om ons stalen van honing en was te laten nemen. Zonder de financiële en materiële tussenkomst van de EU, via het honingproject, met als algemeen verantwoordelijke prof. dr. F. Jacobs van de Universiteit Gent, de Universiteit Hasselt departement SBG / CMK en de LIB vzw, zou dit onderzoek niet mogelijk geweest zijn, waarvoor onze oprechte dank.

Wenst u informatie over andere primaire producten zoals stuifmeel en propolis, dan kunt u, na afspraak, steeds terecht bij dr. M. Asperges, Universitaire Campus, Agoralaan gebouw B, te 3590 Diepenbeek.

Deze informatie kunt u enkel op plaatselijke consultatie bekomen en niet via brieven, e-mail of telefonische contacten. Voor chemische analyses kunnen wij u helpen maar best informeert u eerst naar de kostprijs van een analyse.