Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

OMGAAN MET BIJEN

1. WAARNEMINGEN AAN DE VLIEGPLANK

Een ervaren imker hoeft niet elke dag zijn kasten te openen om goed de toestand en de ontwikkeling van zijn bijen te kunnen inschatten. In de loop van het jaar is er altijd iets waar te nemen op en rond de vliegplank. Een attente imker laat geen dag voorbijgaan zonder een blik te werpen op zijn bijenstand.

In de winterperiode liggen er af en toe dode bijen op en voor de vliegplank. Dat is helemaal normaal. Het betekent dat er nog leven in de brouwerij is. Er is altijd een natuurlijke sterfte van bijen en gezonde volken dragen hun doden buiten.

In het vroege voorjaar kunnen we duidelijk merken welke volken een goed leggende koningin hebben. Halen ze veel stuifmeel binnen, dan mag je op beide oren slapen. Vaak loopt er ook condensatiewater uit de kasten, dat wijst erop dat de koningin al flink aan het leggen is. Zie je weinig activiteit en lopen de bijen wat onrustig heen en weer, dan is de kans zeer reëel dat het volk moerloos is. Een kastonderzoek zal bevestiging moeten brengen. Veel darren aanwezig in het voorjaar voorspelt meestal ook al weinig goeds. Wellicht is de moer onbevrucht of is er een werkster aan de leg.

Bijen kruipen over de vliegplank, vallen op de grond, proberen op te vliegen, maar het lukt niet. Waarschijnlijk hebben de bijen een ziekte. Nosema? Bijen met misvormde vleugels of andere lichaamsdelen wijzen op varroa. Liggen er op de vliegplank versteende larven (witachtig of zwart) dan duidt dit op kalk- of steenbroed. Liggen er abnormaal veel dode bijen voor de kast, dan hebben de bijen vermoedelijk een vergiftiging opgelopen. Wellicht heeft iemand in de omgeving met giftige producten gespoten.

Bij goed weer zie je bijen:
Voorspelen of invliegen: jonge bijen vliegen in de late namiddag met hun kop gericht naar de kast om zich te oriënteren.
Stertselen: bijen staan op de vliegplank met hun achterste omhoog te waaieren met hun vleugels, zo verspreiden ze de nestgeur om de aanvliegende bijen binnen te loodsen.
Waaieren: bijen ventileren met hun vleugels om het nest af te koelen, de lucht te verversen en de honing in te dampen.

14_omgaan1Er liggen larven op de vliegplank. Darrenlarven: de bijen hebben voedselgebrek. Werksterlarven: het voedselgebrek is zeer groot. De imker moet ingrijpen en bijvoederen.

De bijen stormen massaal naar buiten en er vliegen duizenden bijen in het rond. Het zwermen is begonnen.

Op de grond voor de kast zit een klein hoopje van enkele tientallen bijen op elkaar. Waarschijnlijk zit er een koningin in. De bijen hebben mogelijks willen zwermen maar de koningin is niet meer in staat om te vliegen.

Er zijn vechtende bijen op de vliegplank. Bijen vliegen zenuwachtig van de ene kast naar de andere en trachten zich ergens toegang te verschaffen. Er zijn heel wat bewakers actief. Waarschijnlijk is er roverij gaande.

In augustus liggen er vele dode darren, soms ook darrenlarven op de vliegplank. De bijen drijven de darren buiten. De darrenslacht is bezig. Laat in het najaar zie je nog veel darren. Dat vraagt waakzaamheid. Mogelijks is er een darrenbroedige koningin in de kast of is er een werkster aan de leg.

2. IMKERGEREEDSCHAP

Om te werken aan de bijen heb je gereedschap nodig. In de handel is er een zeer uitgebreid aanbod waaruit je een keuze moet maken. Een beginnende imker is in zijn enthousiasme soms wel eens geneigd om overbodig gereedschap te kopen. Beperk je aanvankelijk tot het minimum. Geleidelijk zul je ervaren wat de noden zijn en wat je van dienst kan zijn.

2.1. BESCHERMING

15_omgaan2

Kaptrui

Om je gezicht te beschermen heb je zeker een bijenkap nodig. Er zijn heel wat modellen. Een gewone kaptrui met hoed en rits voldoet zeker. Neem er één die voldoende ruim is en goed doorzichtig. Een bijenkap moet ook licht en luchtig zijn.

Handschoenen
Om als beginnende imker rustig aan de bijen te kunnen werken heb je handschoenen nodig. Er zijn modellen in leder en rubber. Lederen zijn wat duurder, maar ze zijn van betere kwaliteit. Handschoenen mogen niet te dik zijn, je moet met gevoel kunnen werken aan de bijen. Zonder handschoenen kun je vanzelfsprekend veel nauwkeuriger werken, maar dat is voor ervaren imkers.

Beroker
16_omgaan3 De beroker is een onmisbaar gereedschap: met rook worden de bijen lichtjes bedwelmd en kalmeren ze. Sommige imkers gebruiken de Dathepijp, maar het meest aanbevolen is de gewone grote beroker. We onderscheiden twee types:
• De vulkaanroker: deze beroker heeft een blaasmechanisme dat je moet opwinden, terwijl de veer zich ontspant produceert de roker een dikke rookwolk.
• De beroker met blaasbalg: persoonlijk verkiezen wij deze beroker omdat hij goedkoop, duurzaam en eenvoudig in gebruik is.
Belangrijk is dat een beroker voldoende ruim is, zodat er veel brandstof in kan. Een beroker met een schutmantel voorkomt dat men zich verbrandt.
Als brandstof in de beroker kan men vele materialen gebruiken: tabak, ribkarton, jute, vermolmd hout, gedroogde lavendel, vruchtpluizen van de fluweelboom, houtkrullen...

Plantenspuit
Voor kleine ingrepen kan een plantenspuit ook kalmerend werken. Bijen houden niet van water en met natte vleugels kunnen ze moeilijk opvliegen. Gebruik water alleen bij warm weer. Het meest afdoende is nog altijd rook.

2.2. WERKSET

Ramenheffer of beitel
Hiermee worden de ramen lichtjes losgewrikt voordat ze uit de kast worden gehaald. Een grote schroevendraaier kan ook gebruikt worden. Met een goede ramenheffer kan men ook propolis afschrapen van kasten en ramen. Een ramenheffer in een opvallende kleur vind je altijd terug.

Ramentang
Dit is een tang om ramen vast te nemen en in en uit de kast te lichten. Soms kan een ramentang wel een goede hulp zijn, maar heel verfijnd kan men er niet mee werken. Als je maar eventjes de greep lost, valt het raam uit de tang, met alle gevolgen van dien.

Borstel of ganzenveer
Om een raam bijenvrij te maken, worden met een klop van de vuist op de bovenlat de bijen afgeschud. De bijen die dan nog op het raam zitten, worden dan met een speciale borstel uit paardenhaar of nylon eraf geveegd. Een ganzenveer is daartoe zeker ook geschikt.

Plastieken bak
Terwijl je werkt aan de bijen moeten vaak ramen met bijen uit de kast genomen worden en ergens voorlopig geplaatst worden. Een plastieken box is daartoe zeer geschikt. De ramen hangen er beschermd in, zonder de bodem raken. Achteraf kunnen de bijen die in de box achterbleven heel gemakkelijk van de gladde wanden afgeschud worden.

17_omgaan4

18_omgaan5

3. WERKEN AAN BIJEN

Bijen vallen niet zonder reden aan, ze verdedigen zich. Als imker moet je ervoor zorgen dat de bijen zich niet bedreigd voelen. Door haastig, slordig en ruw te werken, roep je agressie op. Beweeg op een kalme, rustige manier. Stoot niet tegen de kasten en ramen. Doe niet meer dan nodig, laat de kast niet te lang open. Vermijd zweetgeurtjes en andere parfums.
Ook de weersomstandigheden kunnen de agressie van de bijen opwekken. De temperatuur moet minstens 15°C bedragen, liefst geen onweer in de lucht. Werk overdag aan de bijen wanneer de vliegbijen aan het foerageren zijn.
Als de bijen agressief worden, stop je best de werkzaamheden, anders wakker je de agressiviteit nog verder aan. Kom je plots voor onverwachte problemen te staan waar je direct geen antwoord op weet, sluit de kast en zoek de oplossing op in een boek, of vraag inlichtingen bij een geroutineerde imker. Handel nooit impulsief, de gevolgen kunnen desastreus zijn.

Voordat je een kast gaat openen, moet je weten waarom. Plan alles vooraf en leg alle materiaal klaar. Zorg ook dat je steeds was- en opgewerkte raten bij de hand hebt.

Eerst blaas je een paar walmen rook door het vlieggat. Na een paar minuten hebben de bijen zich volgezogen en kan de kast open.

19_omgaan6Tijdens het werk blaas je wat rook over de bijen. De bijen zuigen zich vol met honing, en eenmaal volgezogen reageren ze minder agressief. Blaas rook over de kast, maar niet in het volk, want dan worden de bijen onrustig en krijg je een omgekeerd effect. Als de bijen echt agressief worden en zelfs de beroker aanvallen, moet de kast zo vlug mogelijk dicht.

Als je de volledige kast wil controleren is het best om eerst de onderste bak te openen. Wring de beitel of ramenheffer tussen de twee bakken, licht die wat op en blaas een paar walmpjes rook door de spleet. Neem dan de bovenste bak(ken) weg, zonder ze te openen. Kijk goed toe dat er nergens een tros bijen aan de onderkant hangt en plaats de bak op een omgekeerd deksel. Zet hem zeker nooit op de grond.

We gaan nu de onderste bak controleren. De bijen hebben de ramen met propolis vastgezet en daarom steken we de smalle kant van de ramenheffer onder de oren van de ramen en lichten ze wat op. Wanneer alle ramen los gemaakt zijn, kunnen we ze uit de kast halen. We moeten voortdurend oplettend zijn om zo weinig mogelijk bijen te pletten en zeker niet de koningin. We nemen eerst één of twee kantramen uit de kast en hangen die voorlopig in een geschikte plastic bak. Nu hebben we de ruimte om ramen uit te halen en kunnen we ze gemakkelijk bekijken. Bij het terughangen laten we telkens een plaatsje vrij zodat we gemakkelijk het volgende raam kunnen optillen. Zorg bij het terughangen dat het broednest één geheel blijft. Al de controle gedaan is, hangen we de opzij gezette ramen weer in de kast. Nu plaatsen we de weggehaalde bak(ken) terug en beginnen daar op dezelfde manier aan de controle.

4. BIJENTEELT DOORHEEN HET JAAR

Voor de imker start het bijenjaar niet in januari maar in augustus - september, dan maken de bijen zich klaar voor de winter en wordt de basis gelegd voor het nieuwe bijenjaar. Tijdens de winter gaan de bijen in rust. Al van in het vroege voorjaar begint de koningin eitjes te leggen en, als het weer het toelaat, vliegen de werksters uit op zoek naar voedsel. Er komt heel wat nectar binnen en als het meevalt, kan de imker eind mei de eerste honingoogst binnenhalen. In mei - juni is de bevolking in de kast massaal aangegroeid en de bijen maken plannen om aan volksuitbreiding te doen, ze gaan zwermen. Als het volop zomer is, breekt het hoogseizoen voor de bloemen en de bijen aan, er wordt massaal nectar binnen gehaald en begin augustus slingert de imker de zomerhoning. Langzamerhand bereiden de bijen zich voor op de winter. De imker, die hun voorraad afgenomen heeft, moet nu de bijen voederen zodat ze goed te winter doorkomen. Hiermee is de cyclus rond.

Januari De bijen zijn in rust, ze slapen niet. Ze zitten in een tros om zich warm te houden en ze bewegen zich in de tros om zich te voeden. De koningin legt haar eerste eitjes.
Februari Tijdens zachte dagen (10°C) komen de bijen buiten om zich te ontlasten en het eerste stuifmeel wordt binnen gehaald.
Maart Het broednest wordt groter. Het stuifmeel van wilgen en andere voorjaarsbloeiers is een enorme stimulans voor de bijen.
April Het bijenvolk is in volle ontwikkeling. De fruitbomen en het koolzaad bloeien. De eerste darren komen buiten.
Mei Het bijenvolk bouwt verder het broednest uit en komt tot zijn hoogtepunt, dat leidt tot zwermplannen. De eerste oogst wordt geslingerd.
Juni De zwermmaand bij uitstek. De lentebloeiers zijn verdwenen en het is even wachten op de zomerbloeiers. Er is een drachtstilstand.
Juli De zomer staat in volle bloei. De bijen vliegen volop en halen een grote voorraad binnen.
Augustus De zomerdracht wordt geslingerd. De darrenslacht begint en een laatste wintervoorraad wordt binnen gehaald. De imker geeft wintervoeding.
September De inwintering wordt afgerond. De bijen dichten alle gaten en spleten om de warmte binnen te houden.
Oktober November December De bijen gaan eind oktober in een tros samen zitten, de koningin in het midden. De winterrust is ingetreden.

 

Uittreksel uit "Bijenhouden in de 21ste eeuw" door Dirk Desmadryl