Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

IMKEREN MET BEPERKTE BROEDRUIMTE

Met deze methode gaan we de koningin een beperkte broedruimte geven: ze krijgt slechts zes ramen (simplex) ter beschikking. Het is een uiterst eenvoudige methode, ze verhindert de bijen te zwermen en levert een grote honingoogst op.
We streven er niet naar om een volk met ontzettend veel bijen te hebben, maar wel om een harmonisch ontwikkeld volk te krijgen met niet te veel en niet te weinig bijen. Te veel bijen (vleeskasten) vragen heel veel broedverzorging, energie en voedsel, wat ten koste gaat van de honingopbrengst. Onderzoekingen hebben uitgewezen dat een volk het meest harmonisch is, wanneer de koningin beschikt over 30.000 broedcellen. Dat betekent 6 simplexramen (1 simplexraam = 5000 werkstercellen).
Met deze methode krijgen we sterke bijen die een langere levensduur hebben. Door het feit dat de voedsterbijen minder broed moeten verzorgen, gaan ze minder vlug verslijten, hun eiwit-vetlichaam wordt minder aangetast (om die reden leven de winterbijen ook langer). Minder larven moeten voederen betekent ook meer en betere verzorging, de larven krijgen meer voedersap waardoor ze uitgroeien tot sterkere bijen. Proeven toonden aan dat zulke bijen 80 tot 85 dagen oud kunnen worden. Hun levensduur wordt m.a.w. met ca 100% verlengd.

Werkwijze
We starten de methode begin april: dan zitten de volken op hun volle sterkte wat broedaanzet betreft. De twee rompen zitten barstensvol bijen en het wordt tijd om de honingzolder te plaatsen. Bij het starten kan men nu één of twee voedselramen wegnemen als reserve voor slechtere tijden of voor de moerteelt. Maar verwijder niet te veel voedsel, het voedselgebruik is in deze periode zeer hoog.
We sluiten de koningin op in de bovenste broedkamer tussen twee koninginnenroosters. Daar heeft ze slechts 6 broedramen, aangevuld met vulblokken. Na verloop van tijd krijgen we een heel duidelijke toestand: in de onderste romp zit het stuifmeel, in de middelste romp de moer met het broed en in de bovenste romp de honing. Het is dus het hele seizoen heel gemakkelijk om de koningin te vinden.
Begin juli nemen we de onderste moerrooster weg, de vulblokken doen dienst als kantramen in beide broedbakken. De koningin kan nu weer volop leggen, de broedpiek is toch voorbij en we laten de bijen zich rustig voorbereiden op de winter.

Zwermverhindering
Tijdens de zwermperiode controleren we om de week de 6 ramen op moerdoppen. We nijpen deze uit en na verloop van enkele weken stoppen de bijen met zwermcellen op te trekken. Wanneer je een dop over het hoofd gezien hebt, gaan de bijen toch zwermen, maar omdat de koningin niet meekan (ze zit opgesloten tussen twee roosters) keert de zwerm terug. Nu moet de imker ingrijpen en alle doppen uitnijpen.
We kunnen ook twee broedramen wegnemen en deze hangen in de onderste romp of er een (verzamel)aflegger mee maken. In de plaats van de twee weggenomen broedramen hangen we in het broednest twee wasramen. Hier zondigt men wel een beetje tegen de principes van de methode, maar het grote voordeel is, dat er geen zwermplannen gemaakt worden.

Varroabestrijding
Naast de 6 broedramen hangen we een driedelig controleraam. In dat raam bouwen de bijen darrenraat. In dit darrenbroed zitten de meeste varroamijten. Als het darrenbroed gesloten is, breken we het af (zie blz. 52).

SCHEMA IMKEREN MET BEPERKTE BROEDRUIMTE

18_beperkte broedruimte1
1. Winterperiode
Overwinteren op twee rompen (simplex). Kantramen in beide rompen zijn vervangen door vulblokken. Bodemschuif open.

2. Begin april: start methode
We starten de methode als het volk 2 volledige broedkamers bezet.
Bovenste broedbak tussen 2 moerroosters: 6 ramen broed met koningin + 4 vulblokken.
Onderste bak: resterende broedramen + voederramen.
Indien men de moer niet vindt, plaatst men een rooster tussen de twee broedbakken, een week later is de broedbak met de moer gemakkelijk te herkennen aan het open broed.
Honingzolder met hoofdzakelijk waswafels, de bijen moeten kunnen bouwen.
Zwemvoorkoming:
• Om de week controle en eventuele zwermcellen uitbreken.
• Men kan ook net voor de zwermdrift 2 broedramen wegnemen en in de onderste romp hangen of er een (verzamel)aflegger mee maken. In het broednest hangt men dan 2 wasramen.
Varroabestrijding: Naast de 6 broedramen hangt men een driedelig darrenraam. Om de week breekt men het deel met gesloten darrenbroed uit.

3. Eind mei: lentehoning oogsten
De toestand is nu als volgt:
• in de onderste romp zit het stuifmeel
• in de middelste romp zit de moer en het broed op 6 ramen
• in de bovenste romp zit de honing
Na het afnemen van de lentehoning moet men onmiddellijk bijvoederen ofwel een raam voedsel achterlaten (alle voorraad is weg).

4. Begin juli: einde broedbeperking
Koninginnenrooster tussen de twee onderste rompen wegnemen, zodat de koningin volop kan leggen. Geen kantramen in beide rompen, wel vulblokken.

5. Begin augustus: zomeroogst en inwinteren
Honingzolder wegnemen en slingeren. Eventueel broedkamers omwisselen. Onmiddellijk inwinteren met suikeroplossing (15 kg suiker + 10 liter water = 20 liter). Eventueel varroabestrijding.

Uittreksel uit "Bijenhouden in de 21ste eeuw" door Dirk Desmadryl