Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

lithium battBij het uitvoeren van een initiële pilootstudie om de efficiëntie van RNAi technologie als varroabestrijdingsmiddel te optimaliseren werden onverwachte resultaten geboekt. Met deze technologie is het mogelijk de werking van specifieke genen bij levende wezens uit te schakelen.

In de pilootstudie werden met varroa besmette gekkoide bijen gevoed met suikersiroop dat dubbelstrengs RNA’s (dsRNA’s) bevatte van de varroa genen die men wenste uit te schakelen. Indien een varroa het bloed (hemolymfe) drinkt van deze bijen worden na verloop van tijd een aantal genen van de varroa uitgeschakeld, waardoor ongeveer 60% van de mijten sterven binnen de twee maanden. Alle mijten werden echter gedood binnen 3 dagen in de groep die suikersiroop met dsRNA’s hadden geconsumeerd. Hetzelfde effect op de mijten werd echter ook bereikt door gebruik te maken van een ongevaarlijk dsRNA, waardoor duidelijk werd dat een andere stof verantwoordelijk was voor de uitschakeling van de varroa. Bij de productie van dsRNA’s wordt een hoge concentratie van lithiumchloride (LiCl) gebruikt en verwerkt in de suikersiroop. Indien LiCl alleen werd toegevoegd, zonder dsRNA’s, bleek het effect op de mijten hetzelfde.
De volgende stap in het labo onderzoek was het bepalen van de nodige concentratie (25mM) van LiCl en hoelang de suikersiroop (24 uren) moet worden toegediend om voldoende mijtensterfte (92,9%) te bekomen binnen een redelijke termijn (7 dagen). Uit verdere experimenten bleek dat bovenstaande concentraties goed door de bijen werden verdragen.
Vervolgens werden veldtesten uitgevoerd op negen broedloze kunstzwermen van 20.000 bijen met concentraties van 25 en 50 mM gedurende een periode van drie dagen. De mijtenval gedurende 5 dagen bedroeg ongeveer 90% voor beide concentraties. Dit is lager dan de mijtensterfte in het labo. De verdeling van LiCl over 20.000 bijen vraagt wellicht meer tijd om iedere individuele bij voldoende LiCl te laten opnemen.
Er werd de vraag gesteld of andere lithium verbindingen bruikbaar zijn als varroabestrijdingsmiddel. Dit is inderdaad het geval , wat een zekere flexibiliteit bij het ontwerp van een uiteindelijk veterinair product geeft.
Het onderzoek heeft aangetoond dat lithium zouten een aantal potentiële mogelijkheden heeft voor het bestrijden van de varroa (varroacide). De voordelen zijn: (1) het is een systemisch middel eenvoudig toepasbaar via voeding van de bijen, (2) het is oplosbaar in water zodat het niet in de was wordt opgenomen, (3) de toxiciteit voor zoogdieren is klein, (4) het heeft geen afstotend effect op de smaak van de bijenvoeding , (5) de prijs is relatief laag. Veel belovend is het feit dat slechts 10,6 µg LiCl per individuele bij moet worden opgenomen om een meereizende mijt te doden.
Verder onderzoek is nodig om een geschikte toepassingstechniek te ontwikkelen om volledige zwermen en volken te behandelen, zodat iedere bij de kritische hoeveelheid van de actieve stof opneemt. Er is nog een lange en kostelijke weg af te leggen vooraleer een veterinair commercieel product ter beschikking komt. Ook is nog niet geweten hoe LiCl de mijten doodt.
Het onderzoek is een samenwerking van de universiteit van Hohenheim, siTOOLs Biotech Gmbh en Bayerische Landesanstalt für Weinbau und Gartenbau.
Bron: “Lithium chloride effectively kills the honey bee parasite Varroa destructor by a systemic mode of action”, beschikbaar op www.nature.com.