Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

bombus lucorumHet sterven van honingbijvolken die worden geteeld en beheerd als vee mag niet verward worden met de dramatische vermindering van wilde bestuiversoorten, volgens onderzoekers van Cambridge universiteit.

Volgens het artikel gepubliceerd in Science argumenteren de natuurbeschermers dat de publieke opinie geen onderscheid maakt tussen een agrarisch probleem en het dringend probleem van biodiversiteit, aangewakkerd door misleidende campagnes en mediaverslagen.

De gedomesticeerde honingbijen dragen bij tot de achteruitgang van de wilde bijen door voedselcompetitie en verspreiding van ziekten, tengevolge van zogenaamde milieu-initiatieven die imkeren in steden promoten, of erger in natuurgebieden, ver van de landbouw, met verlies van wilde bijen tot gevolg.

De globale neergang van de bestuivers wordt geassocieerd met een enkele soort, de westerse honingbij. Nochtans is de honingbij een van de weinige bestuivers die door teelt aangevuld kunnen worden. Het redden van de honingbij helpt de natuurlijke fauna niet. Westerse honingbijen zijn een commercieel beheerde soort die een negatieve invloed kunnen hebben op hun onmiddellijke omgeving door hun massale inzet. Wilde bestuiversoorten zoals solitaire hommels, motten en zweefvliegen blijven verminderen in een alarmerend tempo. Meer dan 50% van de Europese bijensoorten worden bedreigd met uitsterven. Honingbijen zijn belangrijk voor vele oogsten, maar ook wilde bestuivers.

Volgens onderzoek voorzien wilde bestuivers in de helft van de nodige bestuivingsdiensten voor driekwart van de belangrijkste oogsten op wereldschaal die bestuiving vereisen. Het telen van honingbijen voor bestuiving is problematisch. Bloeiende cultuurgewassen zoals fruit en koolzaad bloeien enkel gedurende een korte periode van dagen of weken, terwijl de honingbijen wel gedurende negen tot twaalf maanden actief zijn en zich verplaatsen tot 10 km van hun nest. Dit resulteert in een surplus van honingbijen in het landschap, waardoor wilde bestuivers mogelijk worden weggeconcurreerd. Een recente studie toont aan dat de densiteit van honingbijen met een factor acht toeneemt, na de bloei van de appelsienboom in bosrijke streken van zuidelijk Spanje.

Bijenhouden is een activiteit waarbij stuifmeel en nectar aan het milieu wordt onttrokken, dat ook natuurlijke voedselbronnen zijn voor vele wilde bijen en andere bestuivers. Honingbijen zijn kunstmatig geteelde landbouwdieren, te vergelijken met vee zoals varkens en koeien. Met het verschil dat dit vee zich buiten zijn omgeving kan begeven, zodat het lokale ecosysteem wordt verstoord door concurrentie en ziekte. Zoals met andere intensief geteelde dieren, zijn overbevolking en eenzijdige diëten nefast voor hun immuunsysteem onderdrukt en bevorderende groei van ziektekiemen. Ziekten worden overgedragen naar wilde soorten wanneer de honingbijen zich voeden met dezelfde bloemen, zoals de overdracht van kiemen tussen mensen via een gedeelde kop koffie. Hierdoor ontstaat bijkomende druk op de Europese wilde bij zodat soorten als de gele hommel (Bombus distinguendus) in de laatste halve eeuw met 80% in het Verenigd Koningrijk is achteruitgegaan en nu beperkt is tot de kustgebieden van Schotland.

Zowel wilde als gecultiveerde bestuivers hebben te lijden van pesticiden zoals neonicotinoïden, en andere door mensen teweeg gebrachte effecten, zoals het verlies aan akkerranden en klimaatverandering, die de motor zijn van het veelbesproken uitsterven van honing- en wilde bijen in de laatste jaren. Honingbijvolken zijn als kanaries in de koolmijn, waarvan het sterven model staat voor vele andere wilde bijensoorten. De aandacht voor de honingbij kan het bewustwordingsproces activeren, maar de actie moet ook gericht worden naar andere bedreigde soorten.

De laatste tientallen jaren is er een explosie geweest van onderzoek naar het verlies van honingbijen en het economisch gevolg ervan op cultuurgewassen. Maar weinig onderzoek is er verricht naar de achteruitgang van de wilde bij, inbegrepen de potentieel negatieve rol van de honingbij. De wetenschappers adviseren de politiek om de impact van honingbijen te beperken door beperking op aantal kasten en het reizen met volken naar bloeiende drachtgebieden en betere controle op honingbijen in natuurgebieden.

Honingbijen kunnen noodzakelijk zijn voor bestuiving van cultuurgewassen, maar imkeren is een agrarische activiteit die niet mag verward worden met natuurbehoud.