{"id":2369,"date":"2020-05-15T18:38:10","date_gmt":"2020-05-15T16:38:10","guid":{"rendered":"http:\/\/jvbsoftware.be\/?page_id=2369"},"modified":"2020-05-15T18:38:10","modified_gmt":"2020-05-15T16:38:10","slug":"winterrust-wintervertering-en-nosemapreventie","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/konvib.be\/?page_id=2369","title":{"rendered":"WINTERRUST, WINTERVERTERING EN NOSEMAPREVENTIE"},"content":{"rendered":"<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond<\/strong><\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Jaargang: 96<\/strong><\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Jaar: 2010<\/strong><\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Maand: Jan. \u2013 Febr.<\/strong><\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Auteurs: Gerhard Liebig (*)<\/strong><\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Vertaling: Alo\u00efs Schotanus<\/strong><\/span><\/p>\n<h2 style=\"text-align: center;\"><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 24px; color: #ff9900;\"><strong>WINTERRUST, WINTERVERTERING EN NOSEMAPREVENTIE<\/strong><\/span><\/h2>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">\u00a0\u2018Een zo langdurig mogelijk broedvrije winterrust, maakt voor het bijenvolk het beste voorbehoedsmiddel uit tegen de nosemose\u2019 aldus dr. Gerhard Liebig in zijn handboek: \u2018Einfach imkern\u2019.(*)<\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">De verwekker van de\u00a0<em>Nosema apis\u00a0<\/em>leeft in de middendarm van de<em>\u00a0<\/em>volwassen bij en vermenigvuldigt<em>\u00a0<\/em>zich dan, wanneer in het darmkanaal<em>\u00a0<\/em>eiwitten worden omgezet, een proces<em>\u00a0\u00a0<\/em>dat precies bij de voedsterbijen het geval is.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><img loading=\"lazy\" src=\"https:\/\/konvib.be\/images\/stories\/Artikels_maandbladen\/3_10_wint\/3_10_1.jpg\" alt=\"3_10_1\" width=\"500\" height=\"349\" class=\"aligncenter\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">De langlevende winterbijen in het bijzonder zijn bedreigd wanneer zij nog in de late herfst, of erger nog, in de winter als voedsterbijen moeten fungeren. Zolang zij niet verplicht worden om het broed te verzorgen, houden zij zich aan een voor hen uiterst gezond \u2018suikerdieet\u2019. Daarom zou de imker zijn volken zodanig moeten leiden, dat het optrekken van broed in de herfst uitloopt en zo laat als maar mogelijk is, weer opgenomen wordt. De open gaasbodem helpt hem daarbij en zorgt er bovendien voor dat de onbezette kantramen in de winter niet beschimmelen. In de wintermaanden luidt het opperste en ook het enigste gebod op de bijenstand: \u2018Niet storen a.u.b.\u2019<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Wie zijn volken in de winter met rust laat; doet het minst verkeerd. De bijen in de winter tros beginnen meestal in februari met de broedaanzet, het kan ook vroeger gebeuren, in januari en eind december, maar dan op zeer bescheiden schaal. Het kan echter ook maart worden vooraleer de koningin haar eerste rondjes legt. Wanneer de volken precies aan het broeden gaan en hoe hevig dat geschiedt, hangt van vele factoren af, zoals: het weer, de sterkte en\/of de gezondheidstoestand van het volk, de stuifmeelvoorraad, de leeftijd van de koningin en het bijenras. Broedende volken verteren duidelijk meer voedselvoorraden en verliezen ook meer bijen.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Bij warmer wordend weer vliegen zij af, en bij een koudeterugslag, stapelen de dode bijen zich op de bodem op. De natuurlijke bijensterfte kan tijdens de winter oplopen tot gemiddeld 30 bijen per dag. Dat geeft voor de gehele duur van de winterzit zowat 3000 bijen. Dat is niet abnormaal; het kunnen er zelfs meer zijn. Uiteraard verdragen sterke volken dit bijenverlies gemakkelijker dan zwakke volken. Het moeten er niet per se meer zijn op voorwaarde dat de broedloze periode maar lang genoeg aanhoudt.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Hoe vroeger de volken in de herfst met broeden ophouden en hoe later ze bij de uitwintering terug aanvangen, zoveel te beter starten de volken in het voorjaar. Op de weersomstandigheden heeft de imker geen invloed, die moet hij nemen zoals ze komen. Doch een aantal andere factoren heeft hij wel in de hand. De basis voor een optimale overwintering en daarmee ook voor een goede voorjaarsontwikkeling, wordt reeds in de voorafgaande laatzomer gelegd. Vaak is het zelfs zo dat een gebrekkige laatzomerverzorging eerst aan het licht treedt in een catastrofale daaropvolgende uitwintering en dan heeft men het raden naar de oorzaken.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Wintervertering<\/strong><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Het voedselverbruik hangt af van de sterkte van het volk, van het tijdstip waarop het is opgehouden met broeden in de herfst en van het tijdstip waarop het met broeden begint op het einde van de winter. Natuurlijk speelt ook het weer een bepalende rol en uiteraard ook de omvang van de beschikbare voorraden; tenslotte kan er niet meer verbruikt worden dan er beschikbaar was.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><img loading=\"lazy\" src=\"https:\/\/konvib.be\/images\/stories\/Artikels_maandbladen\/3_10_wint\/3_10_2.jpg\" alt=\"3_10_2\" width=\"220\" height=\"359\" class=\"aligncenter\" \/><em><br \/>\n<\/em>Sterke volken hebben meer voedsel nodig dan zwakke en geraken ook het eerst in voedselnood. Meestal zijn dat de lichtste volken bij de eerste voorjaarsinspectie. Voor het voedselverbruik kunnen we een vuistregel hanteren:<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">&#8211; in september + oktober (= na de inwintering) wordt een volk 3 tot 6 kg lichter;<\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">&#8211; in november, december en januari verbruikt een volk ca. 1 kg per maand;<\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">&#8211; in februari, wanneer de broedaanzet goed en wel van start is gegaan, ligt het maandelijks voedselverbruik tussen 1 \u00e0 2 kg;<\/span><br \/>\n<span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">&#8211; in maart en april reeds bij 3 tot 5 kg per maand.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Dat geeft in het totaal tussen 13 en 21 kg voedselvoorraad. Wanneer de weersomstandigheden het toelaten, kan een volk in maart en april zijn voedselbehoefte tenminste voor een deel door de aanvoer van pollen en nectar, zelf dekken. Maar we kunnen ons niet verlaten op die veronderstelling. Het is beter wanneer de volken in het voorjaar nog over voldoende voorraden in de raten beschikken, die zij uit de winter meegebracht hebben. Dan kunnen zij zich onafhankelijk van de dracht en de weersomstandigheden ontwikkelen. ligt het maandelijks voedselverbruik tussen 1 \u00e0 2 kg;<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">&#8211; in maart en april reeds bij 3 tot 5 kg per maand. Dat geeft in het totaal tussen 13 en 21 kg voedselvoorraad. Wanneer de weersomstandigheden het toelaten, kan een volk in maart en april zijn voedselbehoefte tenminste voor een deel door de aanvoer van pollen en nectar, zelf dekken. Maar we kunnen ons niet verlaten op die veronderstelling. Het is beter wanneer de volken in het voorjaar nog over voldoende voorraden in de raten beschikken, die zij uit de winter meegebracht hebben. Dan kunnen zij zich onafhankelijk van de dracht en de weersomstandigheden ontwikkelen.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><strong>Bijen warmhouden?<\/strong><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><img loading=\"lazy\" src=\"https:\/\/konvib.be\/images\/stories\/Artikels_maandbladen\/3_10_wint\/3_10_3.jpg\" alt=\"3_10_3\" width=\"220\" height=\"347\" class=\"aligncenter\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Vroeger werd er bijzonder veel belang gehecht aan het warmhouden van bijenvolken. Nog op het einde van de vorige eeuw werden de volken in sommige <\/span><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">streken ondergebracht in<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\"><img loading=\"lazy\" src=\"https:\/\/konvib.be\/images\/stories\/Artikels_maandbladen\/3_10_wint\/3_10_4.jpg\" alt=\"3_10_4\" width=\"220\" height=\"372\" class=\"aligncenter\" \/><\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">kelders, donkere kamers of aardgroeven om ze voor een te strenge winterkoude te beschermen; althans wanneer ze niet in een gesloten bijenhal stonden opgesteld. De overwintering gold destijds als het grootste probleem in de bijenteelt.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Ook nu nog is bij de imkers de mening wijdverspreid dat de volken moeten \u2018inge\u00ebngd\u2019 worden. Reeds bij het opvoederen brengt men ze \u2018op winterzit\u2019. Daarbij ziet men wel eens over het hoofd dat er in een kast niet alleen plaats moet zijn voor de bijen, maar ook en nog veel meer voor het voedsel dat ze nodig zullen hebben. Een volk van 10.000 bijen zit in augustus vrij los in negen ratengangen en heeft dus minstens de ruimte van een romp nodig.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Bij vorst in de winter, hebben de bijen zich in vier \u00e0 vijf ratengangen tezamen getrokken en vullen bovendien die gangen maar voor de helft. De bijen verwarmen alleen maar hun tros. Er is maar weinig of helemaal geen afstralingswarmte. Op de niet bezette voorraadraten is het bijna zo koud als buiten de kast. Wie die raten wegneemt of aan \u00e9\u00e9n zijde bijeenhangt om het volk enger en dus ook \u2018warmer\u2019 te zetten, maakt een fout en de overwintering tot een probleem.<\/span><\/p>\n<p><span style=\"font-family: 'comic sans ms', sans-serif; font-size: 20px;\">Vlieggaten die voorzien van een muizenrooster geopend blijven over de volle breedte, zorgen ervoor dat de bijen hun gedrag beter aanpassen aan de buitentemperatuur. Zij zullen niet zo vroeg aan het broeden gaan wanneer ze niet alleen de warmte van de middagzon gewaarworden, maar ook de vrieskou van de nacht. Dat lukt nog beter wanneer de volken op een open gaasbodem overwinteren. Dan speelt de wanddikte van de kasten of hun uitwendige winterisolatie niet zo\u2019n grote rol. Een kastwand van 18-22 cm dikte zou dan moeten v<\/span><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond Jaargang: 96 Jaar: 2010 Maand: Jan. \u2013 Febr. Auteurs: Gerhard Liebig (*) Vertaling: Alo\u00efs Schotanus WINTERRUST, WINTERVERTERING EN NOSEMAPREVENTIE \u00a0\u2018Een zo langdurig mogelijk broedvrije winterrust, maakt voor het bijenvolk het beste voorbehoedsmiddel uit tegen de nosemose\u2019 aldus dr. Gerhard Liebig in zijn handboek: \u2018Einfach imkern\u2019.(*) De verwekker van de\u00a0Nosema [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":163,"featured_media":0,"parent":267,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/2369"}],"collection":[{"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/163"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=2369"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/2369\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2370,"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/2369\/revisions\/2370"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/pages\/267"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/konvib.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=2369"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}