Logo konvib-312

Redactioneel juni 2018

Bijen houden kun je nu leren vanuit je luie zetel. Je moet er niet eens het huis voor uit. Eventjes surfen op internet en meteen heb je een overweldigende weelde aan informatie. Ze dompelen je in een allegaartje van gadgets, ingenieuze toestellen, kasten, bodems, bedrijfsmethoden en technieken. Tot je door de bomen het bos niet meer ziet.
Vroeger was dat anders. Toen wij begonnen met bijen houden, hadden we geen YouTube-filmpjes om het intieme leven van de honingbij stiekem te begluren. We moesten de mosterd gaan halen in allerlei aftandse boekjes en we legden ons oor te luisteren bij de gevestigde waarden:stoere bijenboeren, die voor niets terugdeinsden, met ontbloot bovenlijf de honing uit de korven haalden en zwermen uit de hoogste toppen van de bomen gingen plukken. Er was er zelfs eentje bij die beweerde dat hij eigenhandig een zwerm had gevangen op het haantje van de kerktoren. Dat was op een Goede Vrijdag – jawel, zo vroeg in het jaar – en hij werd miraculeus gestuurd door een Hogere Macht. Waarschijnlijk de heilige Ambrosius, maar dat wist hij niet zeker.
Wij, beginnelingen, die nauwelijks het verschil kenden tussen een dar en een koningin, zaten met open mond te luisteren naar de vele heroïsche verhalen. Onze leermeesters genoten er met volle teugen van en meteen bestelden ze nog een pint. Want ze zaten aan de toog. En hoe later op de avond het werd, hoe meer kilo’s honing ze hadden geoogst. Ze bezwoeren ons met opgestoken vinger dat we nimmer of nooit mochten luisteren naar al die geleerde praat van professors en andere vermolmde wetenschappers die het in hun broek deden als ze een bij zagen. Nee, zij wisten alles van bijen, ze waren opgegroeid tussen de bijen. Hun vader en grootvader hadden ook al bijen, al generaties lang. En daarmee was de les afgelopen.
Toen we diep in de nacht afscheid namen, klopten ze ons nog eens stevig op de schouder opdat we hun wijze raad nooit zouden vergeten. En ’s nachts droomden we van een reuzengrote bijenkorf waarin we telkens opnieuw verdwaalden. We renden hopeloos tussen een wirwar van raten. Maar toen verscheen plots Maya de Bij, ze omarmde ons en meteen kregen we vederlichte vleugels. Zoemend stegen we op tot in de hoogste bijenhemel. En we leefden nog lang en gelukkig.

Dirk Desmadryl